ENGLISH
  Onderzoek > Evaluatie en ontwikkeling
Home
 
 
Onderzoek
Jaarplan
Publicaties
 
 
Partners
Netwerk
 
 
Nieuwsbrief
Agenda
Vacatures
 
 
Contact
 
 
Links

Beleidsanalyse op basis van kencijfers uit onderzoeksprogramma 1

Uit programma 1 kunnen, binnen de geselecteerde regio’s en voor de geselecteerde doelgroepen, het bereik van de voorzieningen, de samenwerking en doorverwijzing tussen voorzieningen,  een reeks van klinische resultaten en resultaten op vlak van cliënttevredenheid afgeleid worden. Een aantal kencijfers zullen reeds beschikbaar zijn na de eerste golf van bevraging (einde jaar 2), andere na de derde golf (einde jaar 4):

Gezin en Jeugd

  1. Kencijfers over de instroom en de  trajecten van gezinnen in het preventieve en hulpverleningsaanbod omwille van gezondheids-, gedrags-, en ontwikkelings-, of opvoedingsproblemen (binnen het vrijwillige aanbod en in de verschillende betrokken sectoren;
  2. Cliëntpercepties over de toegankelijkheid, participatie en tevredenheid met de hulpverlening
  3. Impact van trajecten en hulpverleningsgeschiedenis op evoluties in de gezondheids-, gedrags-, ontwikkelings- en opvoedingsproblemen

Personen met armoederisico, met psychische en relationele problemen, met een handicap

  1. Kencijfers over de hulpverleningstrajecten en dit over de grenzen van voorzieningen en sectoren heen (bijzondere aandacht voor parallelle hulpverleningstrajecten);
  2. Kencijfers over de effecten van hulpverleningstrajecten aan de hand van een ruime multi-dimensionele meting van levenskwaliteit
  3. Kencijfers over de ervaren baat en tevredenheid van de gebruikers van voorzieningen (met bijzondere aandacht voor het relationele aspect van de hulpverlening);
  4. Kencijfers over parallelle hulpverleningstrajecten (over de grenzen van sectoren en voorzieningen heen);
  5. Kencijfers over  de samenwerking tussen organisaties op het lokale niveau (bv. Voor het  Sociaal Huis binnen het raamwerk van het Kaderdecreet Lokaal Sociaal Beleid, en het kwaliteitsdecreet)
  6. Opsporen van overlappingen en hiaten in het huidige hulpverleningsaanbod
  7. Het analyseren van bestaande registratiepraktijken en -systemen

Ouderen

  • Kencijfers over de zorgtrajecten van ouderen met onwelbevinden; met depressie; met dementie
  • Kencijfers over de effecten van de hulpverleningstrajecten
  • Kencijfers over de ervaren baat en tevredenheid van de gebruikers van voorzieningen
  • Analyseren van bestaande registratiepraktijken en –systemen

Terug naar top

     

Programmalijn A: uitgangssituatie en speerpunten d.m.v. concept mapping

Situering

In iedere regio stellen er zich specifieke prioriteiten op het vlak van effectiviteit en kwaliteitsverbetering in de zorg. Ook al kan men theoretisch afbakenen aan welke criteria goede zorg dient te beantwoorden, per regio blijft het wenselijk om vanuit een gemeenschappelijk kader prioriteiten te bepalen voor interventies die kwaliteitsverbetering kunnen bewerkstelligen. Inzicht verwerven in het aanbod en in de mogelijkheden die er bestaan om dit aanbod te verbeteren, staat centraal in het eerste werkjaar van programma 2.

In iedere pilootregio afzonderlijk zet men op basis van een samenwerking tussen de betrokken diensten en voorzieningen stappen om de zorg- en dienstverlening voor gemeenschappelijke doelgroepen te optimaliseren.  De kencijfers die in programma 1 op basis van de registratiegegevens verzameld zijn over de doelgroepen en over het aanbod per regio vormen de vertrekbasis voor een gezamenlijke analyse per regio over noodzakelijke aanvullingen of verbeteringen van het aanbod. Hierbij willen we doelbewust tot gemeenschappelijke kaders komen die doelgroep- en sectoroverschrijdend zijn.
Volgende vragen worden beantwoord:

  • Welke elementen zijn nodig in het aanbod van welzijns- en gezondheidszorg?
  • Waar moet bij voorrang aan gewerkt worden om dit te realiseren of te optimaliseren in uw regio?

Methode: concept-mapping

Om de speerpunten te bepalen wordt gebruik gemaakt van de techniek van concept gaping, een techniek die door groepen gebruikt kan worden om een conceptueel kader te ontwikkelen, o.a. als leidraad voor het plannen van acties. Een visuele voorstelling toont welke ideeën er in een groep leven met betrekking tot een bepaald probleem, hoe deze ideeën met elkaar verbonden zijn en welke ideeën het meest relevant, belangrijk of geschikt zijn. Zo kan men het probleem dat men wil aanpakken en de oplossingen ervoor scherper stellen.

Met concept mapping

  • Kan men omgaan met een complex geheel van ideeën waarbij elk idee toch zijn waarde blijft behouden zonder zicht te verliezen in details. Relatief snel beschikt men over een interpreteerbaar conceptueel kader
  • Wordt het groepsproces sterk beklemtoond. Zowel de inhoud als de interpretatie en het gebruik van de ideeënvoorstelling (concept map) worden bepaald door de deelnemers. Het bevat m.a.w. hun taal en brengt de elementen aan die voor hen belangrijk zijn
  • Kan men de samenhang van de groep deelnemers bevorderen en hun betrokkenheid  en motivatie om het probleem aan te pakken vergroten
  • Is het eindresultaat van het proces gemakkelijk te begrijpen en gemakkelijk aan derden te communiceren

In alle pilootregio’s wordt een proces van concept mapping georganiseerd. Hiervoor zullen verschillende groepen van betrokkenen uitgenodigd worden:  hulpverleners en directieleden uit alle betrokken sectoren, gebruikers van deze sectoren en hun familieleden, leden van de lokale gemeenschap en beleidsmakers. Participatie van een zo breed mogelijke groep is hierbij het streefdoel, zodat een zo groot mogelijke variatie aan visies en standpunten wordt samengebracht.

Een concept mapping verloopt over drie bijeenkomsten van 2 à 3 uren, die op dezelfde dag kunnen plaatsvinden.

Verwachte resultaten

  • Kwalitatieve en kwantitatieve informatie over de aard en het belang van verschillende waarden en concepten per regio en per betrokkenengroep – dit leidt tot een gegeneraliseerd kader, met o.a. een uniform begrippenkader
  • Onmiddellijk bruikbare resultaten voor de concrete planning van interventie- en effectstudies. Over de regio’s heen zullen een beperkt aantal verschillende speerpunten geformuleerd worden. Hierop kunnen de interventies afgestemd worden, rekening houdend met andere informatie, zoals bijvoorbeeld de kencijfers die in programma 1 verzameld zijn, of bepaalde beleidsbeslissingen die een impact hebben op de prioriteiten in de werking

Men kan ervan uit gaan dat niet alle mogelijke kwaliteitsverbeteringen of interventies op hetzelfde moment even relevant zijn voor alle betrokken regio’s. Door met speerpunten te werken kan iedere regio eigen prioriteiten bepalen en aanpakken. Door een goede uitwisseling tussen de regio’s leert men ook uit elkaars ervaring.

Tijdpad

De concept mapping vindt het beste plaats aan het einde van het eerste werkjaar (laatste trimester), eens de regio’s duidelijk zijn afgebakend en alle betrokken voorzieningen en instanties geïnformeerd zijn over de doelstellingen van het SWVG. Aan het begin van het tweede werkjaar (eerste trimester) kan dan de presentatie van de map plaatsvinden, gekoppeld aan de keuze van speerpunten. Nadien starten de interventiestudies.

Terug naar top

     

Programmalijn B: interventie en evaluatie
  • POP: Gezin en gezondheidsgedrag: focus op gezonde voeding en beweging.

    Voor de samenvattende poster van dit project, gepresenteerd op een concgres in Berlijn, klik hier
  • STAP: Psycho-educatief lesprogramma: over stress ter preventie van angst en depressie

POP: een onderzoek naar Preventie van Overgewicht bij Peuters en jonge kinderen

Situering

POP is een onderzoek gericht op gezonde voeding en beweging ter preventie van overgewicht bij (zeer) jonge kinderen. Recente internationale rapporten tonen aan dat een onevenwichtige voeding  in combinatie met een inactieve levensstijl verantwoordelijk zijn voor een belangrijk deel van de mortaliteit en morbiditeit in de Westerse landen. Promotie van een gezonde actieve levensstijl is van belang in de preventie van beschavingsziekten zoals obesitas, hypertensie, hart- en vaatziekten, diabetes. Er gaan dan ook steeds meer stemmen op om acties gericht op de promotie van een gezonde levensstijl op jonge leeftijd te starten. Op die jonge leeftijd, worden voeding en bewegingspatroon nog grotendeels bepaald door gezinsgewoonten. Toch mogen gezinnen niet als een alleenstaande entiteit beschouwd worden. Gezondheidsgedrag ontwikkelt zich immers ook binnen een gemeenschap (school, grootouders,.opvang, jeugdvereniging, …).

Het POP-project loopt in 3 van de 8 SWVG-regio’s: Gent, Oudenaarde en Oostende. Er zijn ook drie controleregio’s geselecteerd. Binnen deze regio’s zijn vervolgens meer specifieke communities afgelijnd waarbinnen POP gerealiseerd wordt.

Doelstelling

Binnen deze community benadering is de ontwikkeling, evaluatie en implementatie ter promotie van gezonde voeding en beweging gericht naar kinderen en hun gezinnen het uitgangspunt. De essentie is om op die manier evidence-based interventies in Vlaanderen te implementeren. Optimale samenwerkingsverbanden moeten worden opgezet met de reeds bestaande voorzieningen (V.I.G., de LOGO’s en alle instellingen die op het terrein de boodschap naar een gezonde voeding en voldoende beweging uitdragen). De focus ligt vooral op het veranderen van het gedrag via individuele en omgevingsinterventies.

Onderzoeksmethode

We starten met een premeting. Deze bestaat erin de betrokken kinderen te meten en te wegen. Vervolgens krijgen de ouders een vragenlijst, aangepast aan de leeftijdsgroep van het kind. Hierin wordt gepeild naar voeding, beweging, attitudes en opvoeding en er is ook een ‘food frequency questionnaire’ over hun kind in opgenomen.

Na deze baseline meting implementeren we de interventies in de interventiecommunities. De interventies zijn inhoudelijk afgestemd op de gezondheidsdoelstellingen van oktober 2007. Concreet houdt dit in dat water-, melk-, fruit- en groentenconsumptie gepromoot wordt ten koste van frisdranken, gesuikerde melkdranken en voeding uit de restgroep. Een laatste doelstelling is het bevorderen van beweging om het sedentair gedrag te doen afnemen.

Doelgroepen

Het POP-project richt zich op 3 leeftijdsgroepen: peuters tussen 12 en 18 maanden, kleuters van 3, 4 en 5 jaar en jonge kinderen van 6 tot 8 jaar. Per leeftijdscategorie bevragen we 900 kinderen en hun ouders.
De steekproef wordt gerealiseerd via de lokale voorzieningen (kinderopvang en scholen). Concreet betekent dit dat de verantwoordelijken van kinderdagverblijven en scholen in de betrokken regio’s gecontacteerd worden met de vraag of zij willen meewerken aan de studie van het steunpunt.

Team

Prof.dr. Lea Maes, promoter
Prof.dr. Ilse De Bourdeaudhuij, copromotor
Valerie De Coen, onderzoeker

Contact

Valerie De Coen
Steunpunt WVG
Watersportlaan 2
Blok E lokaal E 1.3
9000 Gent
09/264.94.04

Terug naar top

STAP: Psycho-educatief lesprogramma: over stress ter preventie van angst en depressie

Situering van het onderzoek

STAP is een van de onderzoeksprojecten van SWVG waarbij er gedurende een jaar 60 personen worden opgevolgd die deelnemen aan een stressbeheersingscursus. Programma 2b2 besteedt aandacht aan preventie en vroegtijdige remediëring van angst- en depressieklachten ten gevolge van stress. Deze interventie richt zich op een algemene doelgroep: volwassenen die geïnteresseerd zijn in het beheersen van stress die zij ervaren.

Cursus

De psycho-educatieve cursus ‘Stressbeheersing’ is bedoeld voor groepen en wordt gegeven door een getraind klinisch psycholoog van een lokaal CGG. Gedurende zes sessies van twee uur worden twaalf stappen doorlopen.

Onderzoeksvragen

STAP evalueert de effectiviteit van een psycho-educatief lesprogramma over stress als een eerstelijnsinterventie ter preventie van angst en depressie. Deze factsheet plant op volgende vragen een antwoord te geven:

  • Algemene evolutie van stress en gerelateerde klachten in Vlaanderen.
  • Hoe evolueren stress en gerelateerde klachten over een tijdsspanne van zes maanden in een doorsnee sample van de Vlaamse bevolking?
  • De analyse van het deelnemersprofiel
  • Wat is het profiel van deelnemers aan een psycho-educatief lesprogramma over stress, vergeleken met een doorsnee sample van de Vlaamse bevolking?
  • Tevredenheid met de cursus: visie op effectiviteit vanuit de deelnemers
  • Zijn cursisten tevreden van hun deelname aan de cursus?
  • Welke onderdelen van de cursus ervaren deelnemers als een bijzonder hulp?
  • Wat zouden cursisten graag anders zien aan de cursus?

Inclusie

Drie regio’s werden voor deze studie geselecteerd: Antwerpen, Genk en Ieper.
Zij werden gekozen op basis van resultaten van de concept mapping op grond van een vergelijking van socio-economische en gezondheidsindicatoren.

Onderzoeksdesign

STAP

Figuur 1. Onderzoeksdesign STAP

Deelnemers aan de interventie worden vergeleken met een controlegroep die wordt gematcht naar socio-economische status, geslacht en klachten van depressie en angst en stress. Figuur 1 biedt een illustratie van de verschillende fases van het onderzoeksdesign.

Team

Tom Van Daele
Prof. dr. Omer Van den Bergh
Prof. dr. Dirk Hermans
Prof. dr. Chantal Van Audenhove

Contact

Tom Van Daele
Kapucijnenvoer 39
3000 Leuven
Tom.VanDaele@med.kuleuven.be

www.steunpuntwvg.be/stap

Terug naar top

     

Welzijns- en gezondheidseconomische cel

Op 5 juni werd de Welzijns- en gezondheidseconomishce cel boven het doopfont gehouden met het startdebat: Economische analyse van welzijns- en preventieve interventies: Wat telt?

Download hier de presentaties (pdf) en reacties van de discutanten (pfd)

Boek: Modelontwikkeling voor de economische evaluatie van welzijns- en gezondheidsprojecten en projectplannen
In de gezondheidszorg is onderzoek over de kosteneffectiviteit al enige tijd een vertrouwde invalshoek om preventie en behandelingen te beoordelen. Voor de welzijnssector is dit een relatief onontgonnen terrein. Nochtans is een goede inschatting van de kosteneffectiviteit van interventies zowel in de welzijns- als in de gezondheidszorg van belang voor de praktijk en voor het beleid.
Het Steunpunt WVG voerde een studie uit naar de mogelijkheden van een economische evaluatie in de welzijnssector. Dit resulteert in het boek ‘Modelontwikkeling voor de economische evaluatie van welzijns- en gezondheidsprojecten. Het boek biedt een status questionis van de methoden voor evaluatie van interventies en een toepassing van deze benadering in de bijzondere jeugdzorg.

Het boek is te verkrijgen bij ACCO Uitgeverij.

Terug naar top

     

   
PBWeb © 2007
Logo KULeuven Logo Lucas Logo UGent Logo VUB Logo KHK Logo Steunpunten