- Onderzoek
- Kencijfers en monitoring
- Voor alle doelgroepen
- Onderzoek per doelgroep
- Jeugd en Gezin
- Volwassenen
- Ouderen
| Achtergrond en situering |
|
JOnG! maakt als onderzoekslijn deel uit van het onderzoeksprogramma 1 ‘Kencijfers en monitoring’ van het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (SWVG) en richt zich op de doelgroep ‘jeugd en gezin’. Het betreft een longitudinaal onderzoek bij een cohorte van 0-jarigen, 6-jarigen en 12-jarigen in 9 regio’s in Vlaanderen. Er worden gegevens verzameld over gezondheid, gedrag, ontwikkeling en opvoeding van kinderen en jongeren, en hierbij aansluitend hun zorgbehoeften en -gebruik. Er wordt gewerkt vanuit het sociaal-ecologisch model van Lynch (2000).

Terug naar top
|
| |
|
|
| Doelstellingen |
- Verzamelen van prevalentiecijfers over gezondheids-, ontwikkelings-, gedrags- en opvoedingsproblemen bij 0-, 6 en 12-jarigen (en bij verlenging: 0-19-jarigen) afkomstig uit regio’s die op socio-economisch vlak van elkaar verschillen
- Zicht krijgen op de factoren die maken dat in sommige kwetsbare gezinnen de aanwezigheid van risico’s leidt tot een escalatie van problemen en in andere niet
- Peilen naar de behoeften aan en de reële consumptie van professionele hulpverlening bij ouders omwille van deze problemen en naar de determinanten hiervan op micro-, meso- en macroniveau
- Verzamelen binnen de vrijwillige hulpverlening van kencijfers (rechtstreeks en niet-rechtstreeks toegankelijke netwerken) over de instroom en de trajecten van 0-3, 6-9, en 12-15-jarigen (en bij verlenging: 0-19-jarigen) en hun gezinnen in het preventieve en hulpverleningsaanbod omwille van gezondheids-, gedrags-, ontwikkelings-, of opvoedingsproblemen
- Zicht krijgen op de hulpvragen en zorgtrajecten van gezinnen en kinderen die instromen in de hulpverlening in verband met gezondheids-, gedrags-, ontwikkelings- en opvoedingsproblemen bij hun kind (over sectoren heen, met name algemeen welzijnswerk, Kind & Gezin, Centra voor Leerlingenbegeleiding, geestelijke gezondheidszorg en andere gezondheidsvoorzieningen, bijzondere jeugdbijstand, Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, huis- en kinderartsen) en op hun zorgtrajecten
- Nagaan of en in welke mate evoluties in gezondheids-, gedrags-, ontwikkelings- en opvoedingsproblemen én cliëntpercepties over de hulpverlening (toegankelijkheid, participatie, tevredenheid) samenhangen met:
- cliënt- en cliëntsysteemkarakteristieken
- aard van de hulpvragen
- trajecten en hulpverleningsgeschiedenis.
- Nagaan van het resultaat van (vroeg-)tijdige hulpverlening aan risicokinderen en –gezinnen
- Uitwerken en ter beschikking stellen van instrumenten en procedures voor
- de vroegtijdige screening van gezondheids-, gedrags-, ontwikkelings-
en opvoedingsproblemen
- de analyse van risico- en protectieve factoren
Terug naar top
|
| |
|
|
| Onderzoeksmethode |
|
Naar analogie met de analyse van Nicholson en Rempel (2004) werden 28 cohortenstudies bestudeerd en in het model van Lynch geplaatst. Daarnaast werd een overzicht gemaakt van specifieke aandachtspunten en valkuilen bij het opzetten van een longitudinaal cohortenonderzoek evenals van kritische bedenkingen en aanknopingspunten voor toekomstige studies (zie ook Eskenazi et al., 2005; Nicholson & Rempel, 2004; Wake, 2004). Een bespreking van deze literatuurstudie met de expertengroep van JOnG! en met het model van Lynch als inspiratiebron werd een model voor dataverzameling voor het onderzoek ontwikkeld. Het door Lynch voorgestelde domein ‘individuele kindkenmerken’ werd opgesplitst in ‘kind’ en ‘pre- en perinatale risicofactoren’. ‘Onmiddellijke familiale en sociale omgeving’ werd ‘ouder’, ‘gezin’ en ‘opvoeding’. ‘Bredere sociale en economische kenmerken van de buurt of maatschappij’ kregen een plaats onder ‘omgeving’ (Lynch 2000). Tot slot voegden we het domein ‘zorg’ toe.

Al deze factoren worden gemeten met wetenschappelijk verantwoorde en psychometrisch onderbouwde instrumenten. Voor meer informatie over deze instrumenten verwijzen we naar het eerste JOnG!-rapport dat in het voorjaar van 2010 verschijnt.
Er wordt gebruik gemaakt van een versneld longitudinaal design, waarbij drie cohorten gevolgd worden over een periode van 3 jaar. Het betreft een cohorte van 0-, 6- en 12-jarigen. De steekproeftrekking gebeurde in twee fasen, waarbij uitgegaan werd van een ‘conditional random sampling plan’.
In de eerste fase werden over de verschillende programma’s en onderzoekslijnen van het SWVG heen 9 regio’s geselecteerd. Bij de selectie werd rekening gehouden met diversiteit (sociaal economische kenmerken), stedelijkheid en provinciale spreiding. Meer informatie over de regioselectie vindt u hier.
Volgende regio’s werden geselecteerd voor inclusie in het onderzoek:
- West-Vlaanderen |
Ieper, Oostende |
- Oost-Vlaanderen |
Gent 1, Oudenaarde |
- Antwerpen |
Antwerpen-Noord 1, Geel |
- Limburg |
Genk |
- Vlaams-Brabant |
Tielt-Winge |
- Brussels Hoofdstedelijk Gewest |
Brussel-Noord 1 |
In de tweede fase werden binnen JOnG! 3 cohorten geselecteerd voor verder onderzoek. Voor de 0-jarigen cohorte werden alle pasgeborenen wonende in één van de geselecteerde regio’s geboren op een oneven datum tussen 1 mei 2008 en 30 april 2009 door Kind en Gezin aangesproken om aan het onderzoek deel te nemen. Voor de cohorten van de 6- en 12-jarigen werden alle kinderen en jongeren wonende in één van de geselecteerde regio’s én geboren in 2002 (6-jarigen) of in 1996 (12-jarigen) geselecteerd. Voor deze cohorten is er geen onderzoek in Brussel-Noord.
Uit de drie cohorten worden kinderen geselecteerd voor een verdiepingsonderzoek. Deze groep kinderen bestaat uit zogenaamde ‘cases’ (kinderen/gezinnen met een bepaalde kwetsbaarheid zoals prematuriteit, handicap, problematische opvoedingssituatie). In de cohorte van de 0-jarigen wordt bijkomend op een aselecte manier een controlegroep getrokken uit de volledige groep respondenten. Deze aselecte trekking omvat ongeveer 10% van de volledige groep respondenten. In het kader van het verdiepingsonderzoek worden de kinderen intensiever opgevolgd (bv. meer frequente bevraging, face-to-face contacten, uitgebreide ontwikkelingsonderzoeken, zorgtrajecten in kaart brengen door middel van interviews, enz.).
Terug naar top
|
| |
|
|
| Fasering |
- 2007: voorbereiding en opstart van het longitudinale onderzoek (o.a. contacten met Kind & Gezin, CLB), selectie van de regio’s, keuze van de specifieke parameters en instrumenten, implementatie in de bestaande registraties
- 2008-2011: start en opvolging van de cohorten, dataverzameling en tussentijdse analyses
- 2011: eindrapportering, disseminatie, afwerking doctoraten, voorbereiding onderzoek bij volgende cohorten (in functie van verlenging van het Steunpunt)
Terug naar top
|
| |
|
|
| Verwachte resultaten |
- Kencijfers over de prevalentie en het verloop van gezondheids-, gedrags-, ontwikkelings- en opvoedingsproblemen bij 0-, 6- en 12-jarigen in Vlaanderen in relatie tot de socio-economische karakteristieken van hun geboorteregio en in longitudinaal perspectief.
- Kencijfers in longitudinaal perspectief over de zorgbehoeften en –consumptie van gezinnen en hun determinanten (kind, gezin, sociaal milieu) en over de (eventuele) discrepantie tussen zorgbehoeften en –consumptie
- Longitudinale gegevens over de factoren in kind, gezin en context die de aanwezigheid van vroegtijdige risico’s bufferen dan wel versterken.
- Longitudinale gegevens over de transities van gezinnen en kinderen (bv. op 2,5 jaar en op 6 jaar) en de impact hiervan op gezondheid, gedrag, ontwikkeling en opvoeding.
- Kencijfers over de instroom en de trajecten van gezinnen in het preventieve en hulpverleningsaanbod omwille van gezondheids-, gedrags-, ontwikkelings-, of opvoedingsproblemen (binnen het vrijwillige aanbod en in de verschillende betrokken sectoren).
- Longitudinale gegevens over de zorgtrajecten van risicogezinnen, de effecten van dit gedrag op gezin en kind en de effecten van (vroegtijdige) interventies.
- Een gedifferentieerde kijk op de zorgvragen van ouders die beroep doen op professionele hulpverleners in verband met gezondheids-, gedrags-, ontwikkelings- en opvoedingsproblemen bij hun kind.
- Een analyse in longitudinaal perspectief van de samenhang tussen: 1) evoluties in gezondheids-, gedrags-, ontwikkelings- en opvoedingsproblemen én cliëntpercepties over de hulpverlening (toegankelijkheid, participatie, tevredenheid) en 2) cliënt- en systeemkarakteristieken, aard van de zorgvragen en trajecten en hulpverleningsgeschiedenis.
- Een screeningsbatterij die door de overheid en de verschillende betrokken sectoren kan worden aangewend voor het in kaart brengen van risico’s in gezinnen met jonge kinderen; als voorbeeld vermelden we de POS-schaal (Hellinckx e.a., 2001), die nu door de regioverpleegkundigen van Kind & Gezin wordt gebruikt ter screening van risico’s op problematische opvoedingssituaties die kunnen uitmonden in fysieke mishandeling of verwaarlozing, en die op korte termijn zal worden herwerkt voor gebruik in andere leeftijdsgroepen en sectoren (o.a. CLB, comités bijzondere jeugdzorg).
- Een jaarlijks evaluatierapport waarin de stand van zaken van het project wordt beschreven (m.i.v. resultaten van de verschillende meetmomenten).
- Symposium aan het einde van de eerste fase van het Steunpunt (en nieuw symposium bij verlenging van Steunpunt).
- De onderzoeksgroepen verbinden zich er toe om hun onderlinge samenwerking te bestendigen ten behoeve van de doelstellingen van het onderzoek en zullen hiervoor externe financiering bij (inter-)nationale instanties zoeken (o.a. Europese Gemeenschap). Hierdoor zullen de verkregen kencijfers en gegevens over monitoring kunnen worden geplaatst in een internationaal perspectief.
Terug naar top
Raadpleeg ook onze website www.steunpuntwvg.be/jong
|
| |
|
|
|