|
De panels worden georganiseerd in duidelijk omschreven territoriale regio’s, relevant voor het Vlaamse beleid met betrekking tot welzijn, volksgezondheid en gezin. De keuze van de regio’s vereist kennis over variabelen als: geografische spreiding, verstedelijkingsgraad, socio-economische situatie van de regio en de aanwezigheid van voorzieningen binnen de domeinen WVG. De atlas van achtergestelde buurten in Vlaanderen en Brussel uit 1996 geldt nog steeds als een referentie voor de studie van de sociaal-economische situatie in Vlaanderen en Brussel (Kesteloot e.a. (1996). De recentere studie uit 2001 focust op stadsgewesten (Kesteloot & Vandermotten; 2001). Het is evident dat deze onderzoekers gecontacteerd zullen worden voor de selectie van de regio’s.
Daarnaast moeten deze studies nog aangevuld worden met gegevens over de aanbodzijde oftewel de aanwezigheid van welzijns- en gezondheidsvoorzieningen. In Vlaanderen zijn immers zeer grote verschillen qua aanwezigheid van voorzieningen op het gemeentelijke en regionale niveau. Dit blijkt uit het planningsproces dat de gemeenten op dit moment afleggen voor de uitvoering van het Kaderdecreet Lokaal Sociaal Beleid.
Het is de bedoeling op een meer gestructureerde wijze het landschap van Vlaamse welzijns- en gezondheidsvoorzieningen hierbij in kaart te brengen. De door Verté ontwikkelde databank met gegevens over meer dan 100 Vlaamse gemeenten wordt hierbij ook ingezet. Het moge duidelijk zijn dat de invulling van regio’s kan verschillen, gaande van onderdelen van stadsgewesten tot een combinatie van kleinere, landelijke buurgemeenten. Ook is het evident dat één of twee Brusselse regio’s geselecteerd worden.
Bekijk hier de regioselectie.
Download de nota over hoe de regioselectie werd gemaakt en verantwoord.
In het programma "kencijfers en monitoring" wensen we ook de hypothese van de "communicerende vaten" met betrekking tot het zorggebruik in de welzijns- en gezondheidssector te toetsen, door een (anonieme) koppeling op niveau van het individu, van gegevens van gebruik van zorg in de welzijnszorg, met RIZIV-gegevens in de gezondheidszorg (intra- en extramuraal zorggebruik, gebruik van zorg in eerste en tweede lijn, gebruik van terugbetaalde geneesmiddelen,…). Deze gegevensverzameling kan bijdragen tot een beter zicht op hoe zorgtrajecten zich precies afspelen, en dit in longitudinaal perspectief.
|