|
De interesse in het begrip en de werking van sociaal kapitaal is sinds het begin van de jaren ’90 sterk gegroeid. Sociaal kapitaal is echter een moeilijk te omschrijven term: het wordt gebruikt voor verschillende dimensies bij metingen, kan verschillende vormen aannemen en wordt bovendien gemakkelijk verward met andere sociale fenomenen en mechanismen. Inmiddels hanteert men voor dit begrip vaak de volgende omschrijving:
‘Sociaal kapitaal is het geheel van immateriële hulpbronnen en netwerken dat actoren kan mobiliseren vanuit hun omgeving, zoals vertrouwen in anderen, normen van wederkerigheid en participatiemogelijkheden.’
Afname?
Men zou kunnen verwachten dat in deze moderne tijden het sociaal kapitaal afkalft en in de Verenigde Staten blijkt dit sinds de jaren ’60 ook het geval. Maar voor Europa is er een lichte stijging merkbaar, vooral afgeleid uit het oplopende aantal en de toegenomen duur van lidmaatschappen van verenigingen.
Effecten
Over de effecten van sociaal kapitaal staat het onderzoek nog in de kinderschoenen. Zo ziet men bij de leden van bepaalde netwerken een belangrijk effect in de toename van psychologische voldoening en dus van hun welzijn. Maar als dit effect alleen de leden van netwerken te beurt valt, wat dan met niet-leden? Kunnen zij bijvoorbeeld mee profiteren van een sterkere bereidheid om te investeren in collectief bezit en in een bestendiging van algemene culturele normen van wederkerigheid? Genieten zij met andere woorden van het spill-over effect van sociaal kapitaal?
Studiedag
Sociaal kapitaal bestaat uit vertrouwen, netwerken en wederkerigheid en biedt de wetenschappelijke wereld heel wat uitdagingen. Ook SWVG wil aandacht schenken aan de rol van sociaal kapitaal in Vlaanderen, meer in het bijzonder aan de invloed ervan op het al dan niet gebruik maken van zorg en op de weg die binnen en tussen de zorgvoorzieningen wordt afgelegd.
Om het begrip te ontrafelen en om de discussie over sociaal kapitaal in Vlaanderen in een hogere versnelling te brengen organiseerde SWVG hierover op 5 juni een studiedag. Het Steunpunt mocht heel wat belangstellenden uit beleid, onderzoek en welzijns- en gezondheidszorg en –preventie verwelkomen.
Marc Hooghe (K.U.Leuven) zette de verschillende definities en betekenissen van sociaal kapitaal op een rijtje en wees op de belangrijke vruchten die een groter sociaal kapitaal afwerpt. Dit laatste geldt niet alleen voor de bezitters ervan maar ook voor diegenen die in hun relatieve nabijheid wonen.
Anthony Morgan van het NICE-instituut gaf een overzicht van de belangrijkste onderzoeksresultaten over sociaal kapitaal en sociale cohesie en op de samenhang met gezondheid.
Ook het zo goed mogelijk meten en in kaart brengen van sociaal kapitaal is een uitdaging waarvan de beginselen door Wouter Poortinga (Cardiff University, Wales) werden uiteengezet. Onderling en collectief vertrouwen, participatie aan de samenleving, steun vinden bij en geven aan elkaar, zijn maar enkele van de kernvariabelen die ons inzicht in sociaal kapitaal kunnen verschaffen.
Luc Bral (Vlaamse Studiedienst) toonde aan dat sociaal kapitaal ook op de Vlaamse politieke agenda staat en dat verschillende onderzoeken al heel wat cijfers op Vlaams niveau bijeen-brachten: over vrijwilligerswerk, participatie, betrokkenheid, vertrouwen in instellingen en overheid, interesse in de medemens, tevredenheid over de buurt waarin men woont, enz.
Tot slot concludeerde Frank Elgar (Carleton University, Canada) uit een onderzoek bij Canadese jongeren dat sociaal kapitaal de kloof op vlak van gezondheid tussen zij die hoger dan wel lager staan op de sociaal economische ladder, wat kan dichten.
De presentaties zijn te downloaden op:
http://www.steunpuntwvg.be/swvg/nl/Publicaties.html
Terug naar inhoud
|