ENGLISH
  Nieuwsbrief 8 - juli 2009
Home
 
 
Onderzoek
Jaarplan
Publicaties
 
 
Partners
Netwerk
 
 
Nieuwsbrief
Agenda
Vacatures
 
 
Contact
 
 
Links

STAP uit de startblokken

Stress Aanpakken, zo heet het nieuwe project dat SWVG in het kader van zijn meerjarenprogramma opstart. SWVG implementeert met ‘STAP’ een cursus in stressbeheersing in drie Vlaamse regio’s.

Het uitgangspunt van deze cursus is dat mensen in principe in staat zijn hun stress zelf onder controle te houden. Hiervoor moeten ze wel een goed inzicht hebben in stress en de manier waarop die hen beïnvloedt. Verder moeten ze beschikken over een reeks methoden die hen kan helpen om beter met hun stress om te gaan en die het zelf-vertrouwen en het gevoel van controle opkrikken. De cursus rond stressbeheersing wil dan ook in zes lessen van 2 uur de cursisten nieuwe technieken aanleren om hun stress aan te pakken. Getrainde psychologen verzorgen de lessenreeks.

Het onderzoek binnen STAP vetrekt bij een   evidence based programma. Men wil nagaan in welke mate dit programma in Vlaanderen bruikbaar is en of het hier ook effectief is. Daartoe wordt het onderzoek in drie van de acht SWVG-onderzoeksregio’s opgezet: Ieper, Antwerpen en Genk. Voor de praktische realisatie van de lessenreeks wordt een partnerschap uitgewerkt met de diensten welzijn van de provincies, de LOGO’s en eventueel andere lokale organisaties. Een dergelijk partnerschap maakt het voor deze laatsten mogelijk om door middel van een uitgewerkt project een van hun doelstellingen vorm te geven en te realiseren. De lesgevers zijn professionals uit de lokale CGG.

     

Effectevaluatie van het spreekuur opvoedingsondersteuning volgens de methodiek van Triple P

Triple P is een veel-besproken methodiek voor opvoedings-ondersteuning die inmiddels ook ingang vond in Vlaanderen. Zo loopt er in het kader van de werking van Kind en Gezin een proef-project in Antwerpen. Op vraag van Kind en Gezin vergeleek SWVG in de zeven Antwerpse grootstadregio’s de effectiviteit van het Triple P programma (3P), met het gebruikelijke Spreekuur opvoedings-ondersteuning (verder SU). In dit onderzoek werd het niveau 3 van de triple P-interventie in het bijzonder onder de loep genomen (3P3).

In een vragenlijstenonderzoek bij 232 gezinnen, gecombineerd met een meer diepgaand deelonderzoek, werd op verschillende manieren naar de resultaten van de interventie gepeild. In de eerste plaats werd onderzocht of er zowel op het niveau van het kind als bij de ouders sprake is van een probleemreductie: vermindering van de door ouders gerapporteerde gedrags- en emotionele problemen, vermindering van hun impact op het functioneren van het kind, afname van de ervaren draaglast en toename van de ervaren competentie inzake opvoeding, toename van het psychisch welbevinden van de ouders en effecten op het concrete opvoedgedrag. Ook naar de tevredenheid met de verkregen hulp werd gevraagd. Bovendien brachten de onderzoekers de manier waarop het programma werd uitgevoerd in kaart. Dit heeft immers een invloed op de werkzaamheid ervan.

Zowel Triple P als het Spreekuur hebben positieve effecten. En ouders zijn bij beide methoden tevreden over de geboden hulp. Het formuleren van doelen en de evaluatie ervan gebeurt vaker bij 3P3. Met dit programma bereikt men dan ook een grotere doelrealisatie.

Maar het 3P3-protocol wordt onvoldoende nauwgezet gevolgd zodat de bekomen resultaten niet eenduidig te interpreteren zijn. De 3P-interventie wordt immers net gekenmerkt door zijn specifieke stapsgewijze aanpak.

Wel blijkt de opvoedingsondersteuning, zowel 3P3 als het SU, voor de ouders en hun kinderen positieve effecten te hebben.

Het rapport is beschikbaar via
http://www.steunpuntwvg.be/swvg/nl/Publicaties.html

Terug naar inhoud

     

Sociaal kapitaal: van kapitaal belang?

De interesse in het begrip en de werking van sociaal kapitaal is sinds het begin van de jaren ’90 sterk gegroeid.  Sociaal kapitaal is echter een moeilijk te omschrijven term: het wordt gebruikt voor verschillende dimensies bij metingen, kan verschillende vormen aannemen en wordt   bovendien gemakkelijk verward met andere sociale fenomenen en mechanismen. Inmiddels  hanteert men voor dit begrip vaak de volgende omschrijving:

‘Sociaal kapitaal is het geheel van immateriële hulpbronnen en netwerken dat actoren kan mobiliseren vanuit hun omgeving, zoals vertrouwen in anderen, normen van wederkerigheid en participatiemogelijkheden.’

Afname?
Men zou kunnen verwachten dat in deze moderne tijden het sociaal kapitaal afkalft en in de Verenigde Staten blijkt dit sinds de jaren ’60 ook het geval. Maar voor Europa is er een lichte stijging merkbaar, vooral afgeleid uit het oplopende aantal en de toegenomen duur van lidmaatschappen van verenigingen.

Effecten
Over de effecten van sociaal kapitaal staat het onderzoek nog in de kinderschoenen. Zo ziet men bij de leden van bepaalde netwerken een belangrijk effect in de toename van psychologische voldoening en dus van hun welzijn. Maar als dit effect alleen de leden van netwerken te beurt valt, wat dan met niet-leden? Kunnen zij bijvoorbeeld mee profiteren van een sterkere bereidheid om te investeren in collectief bezit en in een bestendiging van algemene culturele normen van wederkerigheid? Genieten zij met andere woorden van het spill-over effect van sociaal kapitaal?

Studiedag

Sociaal kapitaal bestaat uit vertrouwen, netwerken en wederkerigheid en biedt de wetenschappelijke wereld heel wat uitdagingen. Ook SWVG wil aandacht schenken aan de rol van sociaal kapitaal in Vlaanderen, meer in het bijzonder aan de invloed ervan op het al dan niet gebruik maken van zorg en op de weg die binnen en tussen de zorgvoorzieningen wordt afgelegd.

Om het begrip te ontrafelen en om de discussie over sociaal kapitaal in Vlaanderen in een hogere versnelling te brengen organiseerde SWVG hierover op 5 juni een studiedag. Het Steunpunt mocht heel wat belangstellenden uit beleid, onderzoek en welzijns- en gezondheidszorg en –preventie verwelkomen.

Marc Hooghe (K.U.Leuven) zette de verschillende definities en betekenissen van sociaal kapitaal op een rijtje en wees op de belangrijke vruchten die een groter sociaal kapitaal afwerpt. Dit   laatste geldt niet alleen voor de bezitters ervan maar ook voor diegenen die in hun relatieve nabijheid wonen.

Anthony Morgan van het NICE-instituut gaf een overzicht van de belangrijkste onderzoeksresultaten over sociaal kapitaal en sociale cohesie en op de samenhang met gezondheid.

Ook het zo goed mogelijk meten en in kaart brengen van sociaal kapitaal is een uitdaging waarvan de beginselen door Wouter Poortinga (Cardiff University, Wales) werden uiteengezet.     Onderling en collectief vertrouwen, participatie aan de samenleving, steun vinden bij en geven aan elkaar, zijn maar enkele van de kernvariabelen die ons inzicht in sociaal kapitaal kunnen verschaffen.

Luc Bral (Vlaamse Studiedienst) toonde aan dat sociaal kapitaal ook op de Vlaamse politieke agenda staat en dat verschillende onderzoeken al heel wat cijfers op Vlaams niveau bijeen-brachten: over vrijwilligerswerk, participatie, betrokkenheid, vertrouwen in instellingen en overheid, interesse in de medemens, tevredenheid over de buurt waarin men woont, enz.

Tot slot concludeerde Frank Elgar (Carleton University, Canada) uit een onderzoek bij Canadese jongeren dat sociaal kapitaal de kloof op vlak van gezondheid tussen zij die hoger dan wel lager staan op de sociaal economische ladder, wat kan dichten.

De presentaties zijn te downloaden op:
http://www.steunpuntwvg.be/swvg/nl/Publicaties.html

Terug naar inhoud

     

De invloed van individuele en gemeentelijke kenmerken op het formele en informele zorggebruik van Vlaamse ouderen

Dat zoveel mensen oud worden, is een verrijking voor de samenleving én tegelijkertijd ook een uitdaging. Het maakt van de ouderenzorg des te meer een relevant maatschappelijk thema. Er zullen immers méér en andere ouderen in de toekomst zijn, en bovendien, meer  zorgbehoevenden. Diverse vooruitzichten wijzen op een toename van het aantal ouderen met beperkingen. Mede daardoor zullen ook de zorg-uitgaven stijgen. Zeker in tijden van economische recessie wordt dan de roep naar (meer) efficiëntie en effectiviteit in de zorg luider. Een brede of juist een selectieve zorg, gericht op de meest kwetsbaren? Een professioneel aanbod dat tegemoetkomt aan elke zorgvraag of de ‘gebruikelijke zorg’ overlaten aan de mantelzorg? Het zijn enkele vragen die de maatschappelijke discussie terzake illustreren. Een analyse van het huidige zorggebruik van ouderen en informatie over de determinanten ervan, kunnen elementen aanreiken om de discussie op een gedegen wijze te  onderbouwen.

Vanuit deze optiek droegen SWVG-medewerkers samen met andere onderzoekers bij aan De Sociale Staat van Vlaanderen 2009. De vraag die zij stelden luidde als volgt: Biedt de context waarin de oudere zich bevindt (kenmerken van zijn/haar gemeente) een verklaring voor het al of niet gebruiken van formele en informele zorg, naast  individuele kenmerken van de oudere zelf? Het betrekken van gemeentelijke kenmerken bij de analyse van het zorggebruik was tot nog toe onbestaand in Vlaanderen. Door de LOVO-gegevensbank te koppelen aan kenmerken van de gemeente waar de respondent woont, werd een eerste aanzet gegeven. Een expliciete meerwaarde is dat de invloed van een verscheidenheid van gemeentelijke en individuele kenmerken werd nagegaan waarbij een aantal kenmerken onderzocht werden waarvan de invloed vooralsnog onderbelicht bleef. Bovendien beperkt het onderzoek zich niet tot één type zorg: zowel de determinanten van professionele als van niet-professionele hulp komen aan bod. Naast de beantwoording van de centrale onderzoeksvraag biedt het beschikbare materiaal tevens stof voor discussie rond een  ander actueel aandachtspunt, met name de relatie tussen     professionele en niet-professionele zorg.

Voor meer informatie:

Declercq, A., Demaerschalk, M., e.a. (2009). De invloed van individuele en gemeentelijke kenmerken op het formele en informele zorggebruik van Vlaamse ouderen. In L. Vanderleyen, M. Callens & J. Noppe (Red.), De Sociale Staat van Vlaanderen 2009 (pp. 381-399). Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering.

Terug naar inhoud

     

Studiedag SWVG, 15 oktober 2009!

Op donderdag 15 oktober 2009 organiseert SWVG een studiedag waarop   onderzoeksresultaten van het Steunpunt uit zowel het meerjarenprogramma als de korte termijnopdrachten  worden voorgesteld. In parallelsessie zullen diverse thema’s, gegroepeerd naargelang de doelgroepen van SWVG en rond specifieke domeinen, aan bod komen.

Meer informatie vindt u binnenkort op http://www.steunpuntwvg.be/swvg/nl/Agenda.html

Praktisch:

Studiedag SWVG

Donderdag 15 oktober 2009

9.00 – 17.00 uur

Domein Groendaalheyde, Overijse

Wij hopen u alvast die dag te mogen verwelkomen.

Terug naar inhoud

     

Kortetermijnopdrachten 2009

In het najaar 2009 starten drie ad hoc onderzoeksprojecten:

1. Evaluatie van de huidige screening van adoptieouders door Diensten voor maatschappelijk onderzoek van de CAW’s in het kader van de geschiktheids-procedure voor interlandelijke adoptie.

2. Hulpverleningstrajecten en -outcome van kinderen en jongeren in de bijzondere jeugdzorg.

3. Onderzoek naar de mogelijkheid tot het ontwikkelen van een strategie en methodieken voor het evalueren van Vlaamse preventieprogramma’s en -initiatieven.

Terug naar inhoud

     

   
PBWeb © 2007
Logo KULeuven Logo Lucas Logo UGent Logo VUB Logo KHK Logo Steunpunten