ENGLISH
  Home SWVG samengevat
Home
 
 
Onderzoek
Jaarplan
Publicaties
 
 
Partners
Netwerk
 
 
Nieuwsbrief
Agenda
Vacatures
 
 
Contact
 
 
Links

Over SWVG

Op initiatief van Inge Vervotte, Vlaams Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin is een nieuw Steunpunt voor beleidsgericht onderzoek opgericht voor de periode 2007-2011. Dit steunpunt is een consortium dat tot opdracht heeft de minister (intussen Jo Vandeurzen) met wetenschappelijk onderzoek te ondersteunen bij het voeren van een slagkrachtig, vernieuwend, efficiënt en integraal beleid rond de problemen van welzijn, gezondheid en gezin.

In het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin verenigen onderzoekers uit drie Vlaamse universiteiten (K.U.Leuven, Ugent, VUB) en een Vlaamse hogeschool (de Katholieke Hogeschool Kempen) hun expertise. Dit garandeert een evenwichtige territoriale spreiding.

Concreet zal het Steunpunt via drie onderling samenhangende programma’s zijn beleidsondersteunende taken realiseren. In een eerste programma wordt een overzicht opgesteld van wat er reeds bestaat aan gegevens en informatie over het werkterrein. In een tweede programma wil het Steunpunt een antwoord bieden op de vragen van de overheid op het vlak van de efficiëntie van het aanbod van gezondheids- en welzijnszorg. Verder wordt in dit tweede programma een visie ontwikkeld op de evaluatie van gezondheids- en welzijnsvoorzieningen en wordt ook de oprichting voorzien van een welzijns- en gezondheidseconomische cel. Het vormt ook het vertrekpunt van nieuwe interventies voor een betere kwaliteit van de dienstverlening en een hogere kosteneffectiviteit. In het derde programma tenslotte worden de institutioneel-organisatorische en juridische aspecten van gezondheidszorg en welzijn uitgediept. Naast het meerjarenprogramma zal het steunpunt ook adhoc onderzoekvragen beantwoorden via kortdurende projecten en de dialoog met het beleid en met de praktijkvelden onderhouden via communicatieforums, een nieuwsbrief en deze website.

     

De partners

Het consortium verenigt deskundigen uit drie Vlaamse universiteiten (K.U.Leuven, Ugent, VUB) en een Vlaamse hogeschool (de Katholieke Hogeschool Kempen). Door de samenstelling van de groep van promotoren is er een multi- en interdisciplinariteit gegarandeerd en wordt zeer veel expertise samengebracht. Ook is er rekening gehouden met de territoriale spreiding. Gezien de schaal en complexiteit van de uitdagingen waarmee Brussel geconfronteerd wordt, is het voor het consortium cruciaal om hierin ook een Brusselse partner te hebben die vertrouwd is met de bestuurlijke complexiteit van dit gebied en die hierbij als toegangspoort kan fungeren. De 9 promotoren en de partner hebben elkaar bij het beantwoorden van deze oproep “gevonden” op basis van natuurlijke synergieën die hun wortels hadden in eerdere samenwerkingen of die spontaan ontstonden naar aanleiding van gesprekken en uitwisselingen over de plannen rond het SWVG.

De ontwikkeling van een gezamenlijke visie en een gedeeld denkkader/raamwerk op het beleidsonderzoek in Vlaanderen binnen de internationale context is voor hen een prioritaire doelstelling en een belangrijke uitdaging. Dit consortium groepeert niet alleen hoogleraren die “gevestigde waarden” zijn in beleidsgericht onderzoek in de sectoren van welzijn en gezondheidszorg. Er is ook een grote groep jonge ZAP-leden die met nieuwe en vernieuwende visies de innovatiebewegingen in de betreffende sectoren kan stimuleren en die tevens de continuïteit kan garanderen naar een tweede vijfjarenplan van het SWVG toe.

De Katholieke Hogeschool Kempen is als partner in dit consortium betrokken met als belangrijkste doelstelling de input vanuit en de doorstroming naar het werkveld en naar de opleidingen van professionals in de welzijns- en gezondheidszorgsectoren. Voor een overzicht van alle centra en namen van betrokken ZAP-leden en projectleiders [klik hier]

Naast negen promotoren met een ruime ervaring in beleidsgericht onderzoek in de sectoren van welzijn, gezondheid en gezin, participeren aan dit consortium ook 33 andere experten, waaronder een aantal jonge onderzoekers. Samen staan zij garant voor vernieuwende visies, die innovaties kunnen stimuleren in de betreffende sectoren en die ook de continuïteit kunnen garanderen. Elk van deze experten vertegenwoordigt op zijn specifiek en complementair gebied academische researchgroepen die ingebed zijn in ad hoc internationale netwerken. Samen stellen zij een breed expertisenetwerk ter beschikking van de Vlaamse overheid. Voor een overzicht van alle betrokken experten, [klik hier]

     

Het consortium als steunpunt

Om de steunpuntfunctie te kunnen waarnemen heeft het consortium een aantal cruciale opties genomen wat werkwijze en interactie tussen de verschillende onderdelen betreft.

Een breed expertisenetwerk waarbij naast de 9 hoogleraren als promotor ook 28 experten betrokken zijn. Elk van deze experten vertegenwoordigt op zijn specifiek en complementair gebied academische researchgroepen die ingebed zijn in ad hoc internationale netwerken. Op deze wijze brengt dit ook de ervaring, de deskundigheid, de onderzoeksprojecten, het thesissenwerk en eventueel ander conceptueel werk mee in het consortium, en brengt dit ter beschikking van de overheid.

Een academische verankering die ook de fundamentele gerichtheid op opleiding, bijkomende vorming, deskundigheidsontwikkeling en differentiatie in het potentieel van dit consortium brengt.

Een longitudinaal steunpuntprogramma voegt aan die ad hoc expertise de bijkomende basisgegevens, de centrale knelpuntanalyses en de globale juridische discussiethema’s toe. Dit specifiek onderdeel van de steunpuntfinanciering moet de fundamentele basisgegevens leveren voor een coherent beleid vanuit de overheid, maar ook voor elk van de betrokken groepen ten behoeve van de eigen ontwikkelingen, die hierdoor een zekere harmonisatie zullen krijgen.

De 6 à 10 zorgvuldig geselecteerde regio’s, elk met een lokaal multidisciplinair panel, worden geïntegreerd in dit consortium. Ze worden telkens weer preferentieel aangesproken om gegevens te leveren, als proefregio te fungeren, concrete veldexpertise toe te voegen. De regio zal in de toekomstige organisatie van de welzijns- en gezondheidszorg cruciaal worden. Samenwerking, afstemming en integratie dienen steeds meer op dit vlak van de concrete betrokkenen in de zorg rond de patiënt te gebeuren. Deze optie moet het consortium de nodige realiteitscontacten leveren, en telkens betrokken houden met de concrete implementatiemogelijkheden en –moeilijkheden.

Een sterk uitgebouwd centraal steunpuntsecretariaat moet garanderen dat de overheid een direct aanspreekpunt krijgt voor efficiënte communicatie en coördinatie.

     

Verantwoording van het steunpunt

De keuze voor een consortium en voor de samenstelling ervan is ingegeven door aspecten van de vraag en van het aanbod. Aan de vraagzijde is er de omvattende beleidsbevoegdheid van de minister van Welzijn Volksgezondheid en Gezin. Deze kwam ook tot uiting in de steunpuntoproep die een zeer uitgebreide lijst van thema’s, doelgroepen en invalshoeken bevat die onmogelijk door één enkele groep of discipline kan bestudeerd worden.

Binnen de wetenschappelijke wereld is het aanbod eveneens uitgebreid en gediversifieerd. Vele departementen en onderzoeksgroepen zijn actief in de deeldomeinen van welzijn, volksgezondheid en gezin en het beleid rond deze thema’s. Vele collega’s en groepen hadden dan ook belangstelling om actief betrokken te zijn bij dit steunpunt.

Bij de samenstelling van het consortium is ernaar gestreefd een beperkt aantal complementaire onderzoekscentra en onderzoekers samen te brengen die multidisciplinariteit en een veelzijdige benadering van de thematiek kunnen garanderen en die erin slagen om alle thema’s en invalshoeken uit de oproep te bestrijken.

Door hun positie in de organisaties kunnen de leden van dit consortium tevens een beroep doen op een breed expertisenetwerk. Dit is van belang mochten er zich in de toekomst nieuwe beleidsprioriteiten voordoen of nieuwe onderzoeksvragen rijzen die bijkomende deskundigheden vereisen.

De positionering van de promotor-coördinator binnen Lucas garandeert enerzijds een brede toegangspoort tot relevante onderzoeksgroepen van de K.U.Leuven en anderzijds een sterke ervaring en deskundigheid in praktijk- en beleidsgericht onderzoek in zorg en welzijn.

De samenwerking tussen de betrokken onderzoekers en onderzoeksgroepen berust op een aantal natuurlijke synergieën en samenwerkingsverbanden waarvan sommige reeds in het verleden tot stand kwamen.

Het is de uitdrukkelijke bedoeling van de promotoren om een kenniscentrum met voldoende competente kritische massa te ontwikkelen. Diversiteit van visies is in dit verband van belang, zodat er een intern debat kan ontstaan en het beleid kan ondersteund worden vanuit een integratieve visie.

Deze manier van werken sluit nauw aan bij de internationale tendensen op het vlak van netwerken in het aanbod van onderzoekscentra

De samenwerking tussen de partners in dit consortium verstevigt de wisselwerking tussen verschillende types van onderzoek:

  1. fundamenteel onderzoek zoals dit binnen de faculteiten plaatsvindt;
  2. praktijkgericht toegepast onderzoek dat nauw aansluit en verder bouwt op het fundamenteel onderzoek;
  3. implementatie-onderzoek dat vooral in praktijksettings en vaak via hogescholen plaatsvindt en dat verder bouwt op beide andere types

Deze samenwerking laat toe nieuwe vormen van deskundigheid te ontwikkelen die tot nog toe ontbreken zoals bv. kennis en methodieken op het vlak van economische aspecten van welzijn en gezondheidssectoren.

     

Beheersovereenkomst

De beheersovereenkomst bepaalt de wederzijdse rechten en plichten tussen de Vlaamse overheid en de betrokken universiteiten.

Download (PDF)

     

   
PBWeb © 2007
Logo KULeuven Logo Lucas Logo UGent Logo VUB Logo KHK Logo Steunpunten